Circuit Zandvoort, genesteld in de duinen aan de Noordzee, is een iconische baan met een rijke geschiedenis en een reeks uit dagende bochten. Vanaf de start duikt de coureur direct de bekendste bocht van het circuit in. In dit artikel nemen we je mee in een rondje langs alle 14 bochten van het circuit.
De Tarzanbocht is de eerste bocht en direct een van de meest iconische van het circuit. De bocht draait 180 graden en biedt veel ruimte voor inhaalacties, mede dankzij de breedte en de ruime aanremzone.
De meest populaire theorie over de naam is dat een lokale bewoner, die door dorpsgenoten 'Tarzan' werd genoemd vanwege zijn postuur, pas akkoord ging met de aanleg van het circuit nadat hem beloofd werd dat de bocht naar hem vernoemd zou worden.
De bocht maakt al sinds de opening in 1948 deel uit van het circuit en heeft sindsdien diverse aanpassingen ondergaan, waaronder de toevoeging van een geasfalteerde uitloopstrook en meer bandenstapels.
Direct na de Tarzanbocht volgt de snelle Gerlachbocht. Deze bocht is vernoemd naar Wim Gerlach, een autocoureur die op 9 juni 1957 in deze bocht verongelukte tijdens een race. Dit was het eerste dodelijke slachtoffer op Circuit Zandvoort. De bocht is sind sdien breder gemaakt en heeft aan de linkerzijde een grindbak gekregen om nieuwe ongelukken te voorkomen.
Na twee bochten naar rechts stuurt de coureur links af de Hugenholtzbocht in. Deze bocht is sinds 1948 onderdeel van het circuit en werd later vernoemd naar Hans Hugenholtz, de eerste circuitdirecteur van Zandvoort.
Hugenholtz was ook betrokken bij het ontwerp van circuits als Suzuka en de Hockenheimring. Een anekdote vertelt dat de bocht naar hem werd vernoemd als afscheidscadeau toen het circuit te weinig geld had voor een materieel geschenk.
De Hunserug is technisch gezien geen bocht, maar een snelle heuvel met een lichte curve naar rechts. De naam komt van Cas Hunse, een bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging, die de ontwerpers attendeerde op de potentie van de heuvel in het circuitontwerp.
Na de Hunserug volgt de Slotemakerbocht, een uitdagende bocht die deel uitmaakt van de "duinenrollercoaster" van Zandvoort. Deze bocht is vernoemd naar Rob Slotemaker, een bekende coureur en oprichter van de anti-slipschool in Zandvoort.
Slotemaker verongelukte op 16 september 1979 in deze bocht. De bocht heeft sinds 1948 zijn uitdagende karakter behouden, ondanks aanpassingen aan de veiligheidsvoorzieningen.
Deze bocht, een van de vele zonder specifieke naam, stuurt licht naar rechts en coureurs willen hier een goede exit maken om zich optimaal te positioneren voor de aankomende Scheivlak.
Het Scheivlak is een van de snelste en meest uitdagende bochten van Circuit Zandvoort. Al sinds de opening in 1948 maakt deze bocht deel uit van het circuit. De naam "Scheivlak" verwijst naar de vroegere grens tussen de openbare duinen en het terrein van jonkheer Quarles van Ufford.
De bocht, die vroeger boven op een duinheuvel begon en naar rechts glooide, vereist van coureurs dat ze de bocht bijna blind insturen vanwege het hoogteverschil. Ter voorbereiding op de terugkeer van de Formule 1 werd het Scheivlak in 2020 voorzien van een vernieuwde grindbak.
Na het Scheivlak volgt de Mastersbocht. Tot eind jaren '80 was dit een snelle links-rechts combinatie, die later werd aangepast en de Mastersbocht werd. Vóór 1999 stond deze bocht bekend als de Marlborobocht, maar na het verbod op tabaksreclame werd de naam veranderd naar Mastersbocht, verwijzend naar de F3 Masters-race die destijds door Marlboro werd gesponsord.
Deze bocht, voorheen bekend als de Renaultbocht, vormt een technische uitdaging voor de coureurs na de snelle Mastersbocht. Eind jaren '90 werd deze bocht ingebouwd om coureurs meer inhaalmogelijkheden te bieden en tegelijkertijd de kunst van het "inremmen" te testen.
Bocht 10, die voorheen bekend stond als de vodafonebocht, is de volgende bocht op Circuit Zandvoort die geen naam draagt. Coureurs willen hier een goede exit afdwiningen om zoveel mogelijk tijd te winnen op het aankomende rechte stuk.
De Hans Ernst chicane, die feitelijk uit twee delen bestaat (bocht 11 en 12), is vernoemd naar Hans Ernst, een voormalig circuitdirecteur die een belangrijke rol speelde in het voortbestaan van het circuit.
Deze chicane biedt een goede kans voor inhaalacties, maar een foutje wordt hier genadeloos afgestraft door de grindbak. De bocht is in 2020 verbreed en voorzien van een nieuwe run-off-area.
In Bocht 13, voorheen de Kumhobocht, draait het vooral om het positioneren voor de volgende sectie, aangezien de snelheid bij het uitkomen cruciaal is voor de topsnelheid in de volgende bocht en de kans op slipstream. Sinds de aanleg in 1989 biedt deze bocht altijd interessante inhaalmogelijkheden.
De Arie Luyendykbocht is de laatste bocht op weg naar de finish en is vernoemd naar de tweevoudig winnaar van de Indy 500. Luyendyk heeft een sterke band met Zandvoort waar hij een groot deel van zijn carrière begon. De bocht, oorspronkelijk bekend als "Bos Uit" en later "Pulleveld", werd in 2001 door toenmalig eigenaar Hans Ernst voorgesteld om te dopen tot de Arie Luyendykbocht.
In 2020 onderging deze bocht een flinke transformatie tot een indrukwekkende kombocht met een banking van 18 graden. De Arie Luyendykbocht wordt beschouwd als de snelste bocht van het circuit.
Alleen beschikbaar voor nieuwe klanten van 24 jaar of ouder. Min. storting vereist. Uitbetalingen zijn exclusief wedkredieteninzet. Algemene voorwaarden, tijdslimieten en uitsluitingen gelden.