Zondag staat Spanje voor de tweede keer in de geschiedenis in de finale van het WK voetbal. Tegen Argentinië krijgt La Roja de kans om een tweede wereldtitel te veroveren. De enige keer dat de Spanjaarden eerder de eindstrijd bereikten, was in 2010. Toen groeide een generatie vol wereldsterren uit tot de beste van de wereld.
Dat Spanje pas één keer eerder de WK-finale speelde, is opvallend. Het land behoort al decennialang tot de Europese top, maar wist die status lange tijd niet te vertalen naar succes op wereldkampioenschappen. Op de WK's van 1950, 1986, 1994 en 2002 kwam Spanje nog het dichtst in de buurt van de finale, maar telkens strandde het in de kwart- of halve finales. Pas in 2010 viel alles op zijn plaats.
Onder bondscoach Vicente del Bosque beschikte Spanje over een elftal dat grotendeels was opgebouwd uit de gouden generatie van FC Barcelona en Real Madrid. Spelers als Iker Casillas, Carles Puyol, Sergio Ramos, Xavi, Andrés Iniesta, Xabi Alonso en David Villa hadden twee jaar eerder al het EK gewonnen en reisden als een van de favorieten af naar Zuid-Afrika.
De start van het toernooi was echter allesbehalve overtuigend. Spanje verloor verrassend met 1-0 van Zwitserland. Waar veel landen na zo'n nederlaag zouden twijfelen aan hun speelstijl, bleef Spanje vasthouden aan het tiki-taka-voetbal dat het zo succesvol had gemaakt.
Dat betaalde zich uit. Na overwinningen op Honduras en Chili plaatste Spanje zich alsnog voor de knock-outfase. Vervolgens werd iedere tegenstander met dezelfde cijfers verslagen: Portugal, Paraguay en Duitsland gingen allemaal met 1-0 onderuit. Opvallend genoeg hield Spanje in de hele knock-outfase telkens de nul.
In de finale wachtte op 11 juli 2010 Nederland. Beide landen stonden voor een unieke kans, want geen van beide had ooit een wereldtitel gewonnen.
De wedstrijd in Soccer City in Johannesburg groeide uit tot een ware slijtageslag. Scheidsrechter Howard Webb trok liefst veertien gele kaarten en stuurde John Heitinga in de verlenging met rood van het veld. De grootste Nederlandse kans was voor Arjen Robben, die alleen op doelman Iker Casillas afging. De Spaanse aanvoerder hield zijn ploeg echter met een knappe redding op de been.
Toen strafschoppen dichterbij kwamen, sloeg Spanje alsnog toe. In de 116e minuut belandde een afvallende bal voor de voeten van Andrés Iniesta. De middenvelder aarzelde geen moment en schoot de bal hard achter Maarten Stekelenburg: 1-0. Spanje was voor het eerst wereldkampioen.
De wereldtitel betekende de bekroning van een ongekende periode. Tussen 2008 en 2012 won Spanje twee Europese titels en één wereldtitel. Het tiki-taka-voetbal van Xavi en Iniesta gold jarenlang als de maatstaf in het internationale voetbal en inspireerde een hele generatie trainers en spelers.
Na die historische avond in Johannesburg slaagde Spanje er nooit meer in de WK-finale te bereiken. Op de wereldkampioenschappen van 2014, 2018 en 2022 strandde het telkens vroegtijdig.
Zondag krijgt een nieuwe generatie de kans om de geschiedenis een vervolg te geven. Waar Iniesta, Xavi en Casillas in 2010 de eerste ster op het Spaanse shirt veroverden, kan een nieuwe lichting vijftien jaar later zorgen voor een tweede wereldtitel. Daarmee zou de cirkel rond zijn: van de enige eerdere WK-finale naar misschien wel de mooiste uit de Spaanse voetbalgeschiedenis.
Dit artikel is geschreven door een geassocieerde auteur van Spotlight Sports Group. Alle voorspellingen en tips op deze pagina zijn meningen van de auteur en er is geen garantie dat ze winnen. Alle odds die op deze pagina worden weergegeven, waren correct op het moment van schrijven en kunnen op elk moment worden ingetrokken of gewijzigd.
Let op: odds kunnen onderhevig zijn aan veranderingen
Alleen beschikbaar voor nieuwe klanten van 24 jaar of ouder. Min. storting vereist. Uitbetalingen zijn exclusief wedkredieteninzet. Algemene voorwaarden, tijdslimieten en uitsluitingen gelden.