Biljart, snooker en pool zijn drie populaire sporten die vaak met elkaar worden verward. Hoewel ze overeenkomsten hebben, zijn er belangrijke verschillen in spelregels, tafels en ballen.
Biljart wordt gespeeld op een tafel zonder pockets. Het spel wordt gespeeld met drie ballen: één rode bal en twee witte ballen, waarvan er één gemarkeerd is. Het doel van biljart is om punten te scoren door de ballen op een bepaalde manier te raken.
Spelers moeten de witte bal gebruiken om de rode bal te raken en vervolgens de andere witte bal, of vice versa. Punten worden gescoord door specifieke combinaties uit te voeren.
Snooker wordt gespeeld op een grotere tafel dan biljart en pool en heeft wel gaten (pockets) in de hoeken en zijkanten van het speelveld. Het spel maakt gebruik van 21 ballen: 15 rode ballen, 6 gekleurde ballen (geel, groen, bruin, blauw, paars en zwart) en een witte cue-bal.
Het doel van snooker is om meer punten te scoren dan de tegenstander door de ballen in een bepaalde volgorde te potten. Spelers moeten eerst een rode bal potten, gevolgd door een gekleurde bal, en dit herhalen totdat er geen rode ballen meer op de tafel liggen. Snooker vereist meer strategie en precisie.
Pool is een verzamelnaam voor verschillende varianten van het spel, zoals 8-ball en 9-ball. Het wordt gespeeld op een tafel met zes pockets en met 16 ballen: één witte cue-bal en 15 genummerde ballen. Het doel van pool is afhankelijk van de variant die je speelt.
In 8-ball moet een speler alle ballen van zijn of haar groep (gestreept of effen) potten en vervolgens de 8-ball potten om te winnen. In 9-ball moet de spelers de ballen in numerieke volgorde potten. Pool is vaak sneller en minder strategisch dan snooker, waardoor het toegankelijker is voor beginners.
Alleen beschikbaar voor nieuwe klanten van 24 jaar of ouder. Min. storting vereist. Uitbetalingen zijn exclusief wedkredieteninzet. Algemene voorwaarden, tijdslimieten en uitsluitingen gelden.